E(rood) B(blauw) Eurobench

Moet het ergste nog komen?

Ondanks alle spanningen in de wereld en groeivertragingen in het vooruitzicht blijven analisten met koopadviezen strooien als strooiwagens op de eerste ijzeldag. Gaat dit wel goed?

Moet het ergste nog komen?
Beeld: @iStock

Ondanks de economische groeivertraging in de Verenigde Staten en de oorlog in het Midden-Oosten zijn zakenbanken en onderzoeksbureaus optimistisch gestemd over de vooruitzichten voor de beurzen.

Maar liefst 58,2 procent van de aandelen uit de S&P 500 mag zich in een koopaanbeveling verheugen. Het aandeel houdadviezen staat op 36,5 procent en slechts 5,3 procent staat op verkopen. Dat is het hoogste deel koopaanbevelingen in een decennium.

Alarmsignaal?

De cijfers over het eerste kwartaal worden in de loop van april gerapporteerd. Analisten verwachten voor de 500 bedrijven uit de S&P 500 een winstgroei van 12,5 procent ten opzichte van vorig jaar. Voor het hele jaar 2026 wordt een winsttoename van 14 tot 16 procent verwacht. Een dergelijk optimisme zou bij beleggers de nodige alarmbellen moeten doen afgaan. Wanneer iedereen louter koerswinsten verwacht is al het goede nieuws toch ingeprijsd?

De laatste keer dat analisten zo positief waren, was in februari 2022. Toen stond het aandeel koopaanbevelingen op 57,5 procent.

Terugkijkend waren analisten destijds veel te optimistisch. De S&P 500 had twee jaar van dubbele winstcijfers achter de rug. De inflatie was echter fors opgelopen. De Fed zou een maand later beginnen aan de eerste van een serie renteverhogingen. Het werd een rampzalig jaar voor beleggers. De S&P 500 zou dat jaar eindigen op een verlies van 18 procent.

Eeuwige optimisten die analisten

Zijn analisten niet wederom veel te optimistisch? Ligt er een herhaling van vier jaar geleden in het verschiet? We hebben opnieuw een uitzonderlijk goede periode op de beurs achter de rug. Beleggers hebben drie achtereenvolgende uitstekende jaren gehad. Is er niet te veel goed nieuws ingeprijsd in de markten? Zelfs het wapengekletter in het Midden-Oosten heeft beleggers tot op heden nauwelijks  afgeschrikt.

Maar alles draait momenteel uiteraard om de oorlog. De afgelopen weken hebben meer dan eens laten zien dat beleggers vooral hopen op vrede. Ieder bericht van de Amerikaanse president dat wijst op een mogelijk einde van de oorlog leidt meteen tot forse koersstijgingen.

Beleggers weten maar al te goed dat du moment dat de oorlog ten einde is, de beurzen zullen stijgen. In een dergelijk beursklimaat haalt geen enkele analist het in zijn hoofd zijn winstverwachtingen naar beneden bij te stellen.

Stel je voor, heb je net je koersdoel verlaagd en dan komt president Trump met het bericht dat er weer schepen door de Straat van Hormuz varen. De koersen knallen omhoog. Dan sta je mooi in je hemd.

Kansen voor contrairen

De hoge verwachtingen stammen nog uit het vooroorlogse tijdperk. Neerwaartse bijstellingen zijn pas te verwachten als de situatie in het Midden-Oosten echt uitzichtloos wordt. Vooralsnog is er hoop. Vreemd is echter wel de ogenschijnlijke tegenstrijdigheid tussen wat beleggers verwachten en wat beleggers doen. Zo staat de Fear and Greed-index op de stand Extreme Fear. De markten blijken uitzonderlijk somber.

Uit contrair oogpunt bezien is dat een loei van een koopsignaal! Deze index zal het naar alle waarschijnlijkheid wel bij het rechte eind hebben.

De stemming is heel negatief. Er is veel slecht nieuws ingeprijsd. Dat kan ook best nog even aanhouden. Maar op een zeker moment is ieder vleugje positief nieuws voldoende om de beurzen in vuur en vlam te zetten. Dat is nooit anders geweest.

Een mooi voorbeeld was de voorpagina van de Wall Street Journal in maart 2020, deze week zes jaar geleden. De kop luidde: ‘Beleggers vrezen dat het ergste nog moet komen’. De beurs had in een tijdsbestek van zes weken ruim een derde van zijn waarde verloren. Een slechter moment om aandelen te kopen leek niet denkbaar. Zelfs Warren Buffett was aan het verkopen. Het bleek achteraf precies de bodem van de markt.

Er volgde een enorme rally. De S&P 500 is sindsdien verdrievoudigd. Het rendement was de afgelopen zes jaar 19,7 procent gemiddeld per jaar. Bij Big Tech knalden de champagnekurken.

Een aardig feitje is overigens dat niet de aandelen uit de technologiesector, maar energie-aandelen in de afgelopen zes jaar de hoogste performance realiseerden. Energie-aandelen waren in deze periode gemiddeld goed voor 31,2 procent per jaar, meer dan de 27,3 procent van technologie-aandelen. Weet u het nog; Royal Dutch Shell onder een tientje?

Martine Hafkamp is algemeen directeur van Fintessa Vermogensbeheer. Fintessa is een zelfstandig, onafhankelijk en gespecialiseerd vermogensbeheerkantoor uit Baarn, en tweevoudig winnaar van de Gouden Stier. Deze publicatie is samengesteld door Fintessa B.V. De in deze publicatie vermelde gegevens zijn ontleend aan door Fintessa B.V. betrouwbaar geachte bronnen en publiekelijk bekende informatie. Deze publicatie bevat beleggingsaanbevelingen, maar geen beleggingsadvies noch een aanbieding of uitnodiging tot koop of verkoop van enig financieel instrument. Voor de juistheid en volledigheid van de genoemde feiten, gegevens, meningen, verwachtingen en uitkomsten daarvan kan Fintessa B.V. niet instaan. Fintessa B.V. is een beleggingsonderneming en beschikt over een vergunning op grond van de Wet financieel toezicht. Fintessa B.V. staat onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten en De Nederlandsche Bank. Voor de uitgebreide Disclaimer verwijzen wij naar onze website www.fintessa.nl.