| |
(Update van eerder gepubliceerd bericht 'S&P verlaagt rating Shell' om commentaar analist toe te voegen)
AMSTERDAM (Dow Jones)--Standard & Poor's heeft donderdag de rating voor Royal Dutch Shell verlaagd. Vanwege de handhaving van de hoge kapitaaluitgaven en dividendbetalingen en druk op de kasstroom neemt de schuld van het olieconcern toe, stelt de kredietbeoordelaar.
S&P stelde de rating voor Shell neerwaarts bij naar AA van AA+, met stabiele verwachtingen. Ondanks de verlaging heeft Shell nog altijd een minimaal risicoprofiel, zei de kredietbeoordelaar.
S&P sprak ook zorgen uit over de hoogte van het tekort in Shell's pensioenplan, dat eind 2008 uitkwam op $25 miljard. S&P verwacht dat de schuld van Shell, exclusief pensioenverplichtingen, meer dan $35 miljard zal zijn aan het einde van 2010, tegen $19,5 miljard in juni.
De kredietwaardigheidsbeoordelaar is van mening dat de toename van schuldverhouding in lijn is met sectorgenoten, maar dat het bedrijf een zwakkere kasstroom kan krijgen dan concurrenten door de bovengemiddelde blootstelling aan de raffinage en chemiesector en zwakker dan verwachte productiegroei.
De verlaging is een teleurstelling, maar geen verrassing, reageert analist Fadel Gheit van Oppenheimer. Shell heeft een omvangrijk investeringsprogramma en totdat de olieprijs herstelt en de raffinage-marges verbeteren, zal het bedrijf een kasstroomtekort hebben, stelt hij.
De blootstelling van Shell aan de prijzen voor olie en gas is groter dan die van concurrenten, vervolgt de analist. Zelfs als de olieprijs stijgt tot $90 per vat en de gasprijzen oplopen tot $8 per miljoen British thermal units, moet Shell $3 miljard lenen om de bestedingen en dividendbetalingen te dekken.
BP zou al genoeg hebben aan een olieprijs van rond de $75 per vat om de kapitaaluitgaven en dividenden te betalen. Amerikaanse concurrenten ConocoPhillips, ExxonMobil en Chevron kunnen nog lager gaan, aldus Gheit.
De neerwaartde bijstelling is een smet op Shell's reputatie en kunnen het bedrijf ertoe aanzetten meer te snijden in de kosten, maar het betekent geen gevaar voor de plannen van het bedrijf, vervolgt de analist. Investeerders zullen het accepteren, mits het tijdelijk is, oordeelt hij.
S&P's keek ook naar de beoordelingen van andere Europese olieconcerns. Voor Total en Eni werden de ratings stabiel gehouden op AA-/A-1+ en AA-/A-1+ respectievelijk, maar ging de outlook omlaag naar negatief van stabiel.
Voor BP werd de AA/A-1+ rating gehandhaafd, bij een stabiele outlook.
Door Ben Zwirs; Dow Jones Nieuwsdienst; +31-20-5715201; ben.zwirs@dowjones.com
|
|